Ik maak dieren dood

rachelleLaatst werd ik verliefd. Verliefd op Pudding. En ja, hoewel het in mijn geval redelijk aannemelijk is dat dit om een daadwerkelijk toetje ging, was het in feite de schattigste hond die ik ooit in mijn leven heb gezien. Ik heb, niet overdreven, naar ongeveer 10 mensen gestuurd: ‘IK MOET DEZE HOND HEBBEN TOCH’. Iedereen was het unaniem eens: ‘DOE HET NIET’.

Waarom iedereen zo stellig was dat ik me niet mocht ontfermen over de allerleukste hond ever? Ik vermoord alles. Nu ja, niet bewust natuurlijk. Ik gooi geen kittens uit het raam terwijl ik maniakaal lach. Nee, ik… vermoord gewoon dieren en planten, per ongeluk.

Het begon, zoals veel van mijn problemen, toen ik 3 was. We hadden een cavia genaamd Jerry. Nu, ik was 3 en Jerry was een cavia, maar ik kan me niet herinneren dat Jerry bijzonder spannend was. En toen ging Jerry dood. Aan de tv-kabels geknaagd, zo vertellen mijn prille herinnering en mijn moeder me. Er volgde een nieuwe cavia, Jerry II (creativiteit bezat mijn 3-jarige brein schijnbaar niet), ging ook nogal snel de pijp uit. Ik denk dezelfde tv-kabels, maar zeker weten doe ik het niet.

Een parkiet volgde. Bert. Genaamd naar Bert en Ernie. Hoe dan ook, om een lang verhaal niet per se heel kort te maken, we vonden een parkiet in het wild, niemand kwam hem claimen, we kochten een tweede parkiet erbij, noemden ze Bert en Ernie en lieten ze achter bij mijn opa en oma. Dat ging een X aantal jaar goed, en toen besloten de twee elkaar aan te vliegen. Letterlijk.

Wij dus Bert overnemen. Ging ‘ie dood. Te veel tocht ofzo. Vissen volgden. Namen zijn onbelangrijk (iets met Jack Sparrow en Will Turner, naar mijn herinnering). Ik was op een dag in een Moeder Theresa-bui en zette die bak gewoon voor het raam. Hebben die diertjes ook wat om naar te kijken, zo dacht ik. Ja, wist ik veel dat mijn kamer op het zuiden en de hete zomerzon ze letterlijk zouden laten koken. Oeps?

Dus dat was dat. Geen levende dingen meer voor Rachelle. Het is niet dat ik ze bewust doodmaak. Het gaat gewoon min of meer by accident. Vandaar dus die massale ‘NEE’ toen ik Pudding wilde. Maar man, wat wilde ik Pudding graag. Ik zag mezelf en Pudding al door de straten van Amsterdam lopen. De beste vrienden. Iedereen zou me herkennen: ‘Hé, daar heb je dat roze meisje met die schattige hond.’ Pudding en ik zouden onafscheidelijk zijn. De beste vriendinnen sinds Shaggy en Scooby-Doo (zonder constant stoned te zijn).

Ik wist dat het nooit zou kunnen. Zelfs toen ik het deelde met iedereen die maar (niet) wilde luisteren. Ik wist dat hij en ik nooit samen zouden zijn. Hoe geschikt we ook voor elkaar waren. Maar de droom blijft. Ik wéét dat ik nooit voor een levend organisme in m’n eentje kan zorgen – ik kan mezelf maar nét in leven houden – maar als iemand de eerste zou zijn, dan was het Pudding geweest. Oh Pudding.

p.s. Dit was dus Pudding. Ik weet niet of Pudding inmiddels al een thuis heeft. Maar als iemand Pudding adopteert: ik kom je graag stalken. Uh. Soms oppassen?

 

Reacties zijn gesloten.

Create a website or blog at WordPress.com

Omhoog ↑

%d bloggers liken dit: